Hoe laten ontwikkelingsprofessionals zich inspireren door de Bijbel? Voor vakblad Vice Versa, journalistiek platform over internationale samenwerking, maakte ik een portretreeks over de betekenis van religie. Ik interviewde Eelco Fortuyn (Fairfood International), Caroly Houmes (International Justice Mission), Roos Lombo (Stichting Oikos) en Femke van der Biezen (Mensen met een Missie).


“Ik bid vaak met een kop thee op de bank”

DSC_0166

 

Wat betekent het Geloof voor mensen die binnen de ontwikkelingssamenwerking werkzaam zijn en op welke manier laten ze zich erdoor inspireren? Geloof is diep verweven in het leven en werk van Roos Lombo. Fysiek in haar wekelijkse bezoek aan de kerk en andere kerkelijke activiteiten, maar ook in haar denk- en levenswijze; het zoeken naar gerechtigheid en het goede. Ook al kost dat soms moeite.

In een oud pand in het centrum van Utrecht huist Stichting Oikos, waar de 34 jarige Roos Lombo sinds 2005 werkt als programmamedewerker. Met haar huidige project ‘Shop ’n Style’ wil ze jonge vrouwen laten zien dat zij met hun koopgedrag de werkomstandigheden in de kledingindustrie indirect kunnen beïnvloeden, en handige kledingtips geven. Ze vindt het een voorrecht om te werken met thema’s van gerechtigheid. En dat doet zij mede vanuit haar geloof.

‘Mijn geloof bepaalt wie ik ben, ik kan mezelf er niet van loskoppelen. Het is de bron waarvanuit ik leef. Geloof in een liefdevolle God is ook hoop en zingeving. En als ik bid, vaak met een kop thee op de bank, voel ik mijn band met God. Dat uit zich in bijvoorbeeld liederen of teksten die dan in me opkomen.’

Voor haar ligt een Bijbel. Ze begint te bladeren, op zoek naar Filippenzen 4, vers 4-7. ‘Deze tekst herinnert er aan dat je God bij al je dagelijkse dingen mag betrekken, dat hij altijd dichtbij is. In plaats van me zorgen te maken, kan ik beter aan God vragen wat ik nodig heb. Dan geeft hij zijn vrede.

Jozef is van kinds af aan een inspirerend persoon voor Roos. ‘Hij heeft tien grote broers en heeft het nogal hoog in zijn bol, waardoor zijn broers boos en jaloers worden. Zijn broers sturen hem daarom als slaaf naar Egypte. Door alles wat hij meemaakt, wordt hij een mooi persoon. Jozef blijft trouw aan zijn principes. Als zijn broers hem later nodig hebben, vergeeft hij hen dat zij hem hebben verkocht als slaaf. Daaruit haal ik: laat je ervaringen je vormen op een goede manier. En houdt vast aan je principes. Mijn principes mogen me best wat kosten.’

Het verhaal inspireert haar ook tot vergeving, en tot de bereidheid om te praten en weer verder te gaan. Ook met daders van uitbuiting in de kledingindustrie. ‘Het is makkelijk om fabriekseigenaren die hun arbeiders uitbuiten, de schuld te geven. Maar zij worden door Westerse merken en ketens onder druk gezet om tegen een zo laag mogelijke prijs te produceren. Uiteindelijk is iedereen voor zijn eigen hachje bezig en handelen veel mensen ten diepste uit angst. Ook hij is een mens, en God houdt evenveel van hem. Er staat 366 keer in de bijbel ‘wees niet bang’.’

In de Bijbel wordt volgens Roos veel gesproken over gerechtigheid, iets dat haar nauw aan het hart ligt. Met Oikos zet ze zich in voor degenen die uitgebuit worden, door mensen aan het denken te zetten. ‘Ondanks dat het maar een klein schakeltje is, is dat zinnig. Ook kleine daden doen ertoe. God ziet in het verborgene. Als je trouw bent in het kleine, boek je op den duur grotere resultaten.’

‘Ik neem de Bijbel zo veel mogelijk letterlijk. Ik geloof bijvoorbeeld echt in het opstaan van Jezus uit zijn graf. Maar soms botsen dingen met de weerbarstige realiteit. In mijn persoolijke omgeving zijn momenteel veel ernstig zieken. De Bijbel zegt dat ze zullen genezen, maar dat gebeurt niet altijd. Dat roept vragen op, en wat me vaak helpt, is om vanuit een andere cultuur en perspectieven te kijken, bijvoorbeeld door mijn man, die uit Congo komt. Hij helpt me te relativeren. Hier heerst bijvoorbeeld grotendeels een wetenschappelijke rationaliteit, dat niet zou samengaan met geloof. Maar op veel plekken, waaronder in Congo, is het net zo logisch dat een professor gelooft, als een arme werkeloze. Het geloof zit zo diep in mij, dat het niet zomaar verdwijnt door onopgeloste vragen.’